Stil staan

Stil staan

Na een week van bijna elke dag reizen, in de auto zitten en kilometers afleggen, merkten we dat we uitkeken naar 'vakantie'. Het landschap is prachtig, maar rijden is toch ook inspannend. En zelfs bijrijder zijn bracht niet die rust waar we, na maanden van hard werken om de bus af te krijgen, zo naar uitkijken.

Daarom waren we zo dankbaar dat de jongeman ons naar deze prachtige plek aan het meer bracht. En voor de vriendelijkheid van de boer van wie het plekje was.

Boswandeling

Na de nacht maakten we ons op voor een boswandeling. Er waren geen wandelpaden, dus we volgden het bospad, dat overging in een spoor, waarna er een schapenpaadje omhoog ging. Dat volgden we maar, bij gebrek aan iets beters. Soms leek het pad verdwenen, maar dan vonden we altijd wel weer een paadje terug. Wat zijn die schapen een verkenners, zeg! Ze kiezen de makkelijke routes uit, niet recht omhoog, maar zigzaggend, waardoor het niet ál te zwaar is. Ook de zwangere T ging het prima af. Alleen zijn schapen wat minder hoog dan mensen - af en toe vinden we nog stekels in onze kleren.

Onderweg prachtige uitzichten, en veel bosbessenstruiken - dit keer zonder bosbessen (die vond W pas toen hij alleen nog een zonnig plateau hoger bereikte, na een wat uitdagender schapenpaadje omhoog). Hoog boven alles uit torenend - met de tastbare wetenschap dat er altijd hogere toppen zijn -, rustten we uit.

Contact

Het was zo goed om even stil te staan, niet weer te vertrekken, een beetje tot verstilling te komen, dat we besloten te vragen of we een nachtje langer mochten blijven. Ach, dat was helemaal geen probleem. En zo verbleven we de hele dag op het strand. Hadden we eindelijk de rust voor een gebedsmoment. En lezen, praten, mijmeren, zwemmen, koken, kijken naar de steeds veranderende natuur.

's Ochtends kwam ook een wat oudere man, die 86 bleek te zijn, om visnetten uit te zetten. Hij was familie van de boer, en deed dat een paar keer in het najaar. W hielp de boot te water te laten. Wij mochten de volgende ochtend mee, als we wilden.

's Avonds kwam een gepensioneerde man ons vertellen dat hij die nacht ging jagen. We hoefden dus niet te schrikken als er een schot klonk.

En zo was het W een deel van de avond doorbracht met bedenken in hoeverre hij medeplichtig wilde zijn aan het beeindigen van dierenlevens, en alle grote vragen die daarbij horen. Maar de gastvrijheid en ontvankelijkheid zegevierden en zo zaten we de volgende ochtend in een bootje - "better than a cruise", zoals de visser zei. En dat was zeker zo.

Hij was opgegroeid in deze omgeving, liet ons het schooltje zien waar vijftig jaar geleden nog een handjevol kinderen naartoe ging als de lerares er twee weken per maand was (de andere twee weken was ze in een ander dorp), ernaartoe lopend, roeiend, schaatsend of skieënd. Dat -25℃ ook voor hem koud aanvoelde (dan vroor wel het meer dicht), maar nu niet meer voorkomt. Dat al elf generaties dezelfde familie de boerderij (met de landerijen) heeft. En dat forel ørret (door hem uitgesproken als "sjeure") is in het Noors.

Toch weer verder

Toch kriebelde het om weer verder te gaan, meer van het land te ontdekken, en vooral te voelen waar we misschien een thuis zouden willen maken. Deze plek voelde welkom, uitnodigend, lieflijk met een vleugje wildheid, uitgestrekt. Bij afscheid waren we welkom om nog eens terug te komen.

De tocht ging verder naar de bergen, de hoge bergen. Dat was adembenemend, op momenten spannend, en voor W smakelijk met een nasmaak. Maar dat is voor de volgende keer.