Op en neer

Op en neer

Na een heerlijke paar dagen van rust op een mooie plek, gingen we met veel zin weer op weg. We kwamen bij de waterval die we eerder tevergeefs gezocht hadden, en vonden daar weer veel bosbessen (die inmiddels een vast deel van ons ontbijt zijn geworden - zolang het seizoen ze verstrekt).

We reden langs het water tot Sauda, waarna de weg verder ging tot in de bergen. Soms weer even neer tot in een dal, en dan weer omhoog. Wat we eerder op de snelweg meemaakten, dat we soms maar met 60 km per uur omhoog kwamen, hadden we hier nog een graadje meer. Veel schakelen, zorgen dat de motor niet te snel en ook niet te langzaam draait, anticiperen op bochten en toppen. En in de bochten rond rots was het toch vaak even spannend of we een tegenligger zouden aantreffen. Gelukkig rijdt men voorzichtig, wacht men op een brede plek in de weg als er tegenliggers worden gezien, en zoveel verkeer is er niet. Dit is heel wat anders dan de Nederlandse wegen.

Oja, niet vergeten echt op de weg te letten. Het landschap is zo mooi, maar daar is onder het rijden weinig tijd voor. Alle aandacht is nodig om met de weg mee te bewegen. En de bijrijder kijkt of er in de verte tegenliggers aankomen, waar we eventueel kunnen inhouden; en kan tussendoor het landschap indrinken.

Diner

Bij een rustige picknickplek langs de weg hielden we stil voor de nacht. Er liep een beekje, zodat we water te over hadden. Een strak bankje met tafel uit beton beloofde een ruime plek voor een diner in stijl. Want we hadden ten slotte vis in de koelbox zitten. Die hadden we zo vriendelijk meegekregen. En nu eenmaal gevangen, gingen we die ook opeten.

We moesten de vis alleen nog schoonmaken. Hadden we dat ooit eerder gedaan? W zocht snel wat instructies op internet, wat een paar hints gaf, maar we moesten het toch vooral zelf proberen. En dat lukte aardig, ook al was het  wat bloederig - het was dan ook een slachting. Vaak wassen, was het devies.

T blijkt ook in de bus een echte keukenprinses: het aanrecht staat vol, allerlei groenten worden verwerkt (plus wat er ook maar toevallig nog aanwezig is, al dan niet uit de voorraad uit Nederland). En hier toverde ze een waar diner tevoorschijn - met vissoep voor de volgende dag.

Een heerlijk diner was het, totdat de zon achter de bergen verdween (en het kaarslicht overbleef). Vol liefde gemaakt. En ook met geweld. Ook al was het heerlijk, toch viel het niet helemaal goed bij W. Is hij het niet meer gewend vis te eten? Of zit er iets anders niet helemaal lekker?

Veganistisch eten op deze reis - ook met kleine winkeltjes waar de stedelijke vegetarische en veganistische varianten ontbreken - is niet zo makkelijk. En zet W ook bewust op een lager pitje. Eerst het land ontdekken, de mensen leren kennen, de context begrijpen, en dan eens kijken wat dat betekent. Maar als het kan, graag zonder dierlijk.

Halverwege de berg

De volgende ochtend reden we verder (na een ontbijt met bosbessen, natuurlijk). De bergen hoger, wilder, met minder begroeing; de wegen werden net wat steiler, de bochten namen toe. Klimmen en dalen.

Tot we plots tot stilstand kwamen op een stijgende weg, een remreflex. Voorzichtig, heel goed. Maar hij stond nog in de tweede versnelling, en met drieduizend kilogram die de bus naar beneden en naar achteren trekt, kwamen we met geen mogelijkheid in de eerste. We konden dus niet optrekken. Daar stonden we, midden op een smalle bergweg. Stress.

Na wat proberen kwam er een tegenligger. Sorry, we staan even stil, even geduld alstublieft. Maar het lukte niet, en de man kwam kijken. Tsja, dat was lastig. Eerst maar eens achteruit, tot we op een minder steile plek kwamen. En ook wat naar de zijkant, zodat de auto die achter ons was gekomen, erlangs kon. Iets naar links, nu iets naar rechts; rechtdoor. Remmen!

De man achter ons kon erlangs, en wij konden verder naar achteren. Tot het wiel toch op de rand van de weg kwam (waar we net weer vandaan waren gecoached) - dat werd te gevaarlijk. Nog meer stress.

De Noorse mannen (het waren er inmiddels drie) bleven rustig en behulpzaam - ook al waren ze vast op weg naar hun werk. Een van hen trok ons dan maar een eindje naarboven met een sleepkabel. En nu  konden we naar de eerste versnelling, gelukkig!

Toch sloeg de motor af als we op wilden trekken. De mannen stelden voor de auto te duwen bij het optrekken. Even later kwam een van hen vragen of we naar de eerste versnelling zouden gaan, in plaats van de achteruit - oeps! En weer duwen, gas geven, en roetsj ... daar gingen we. Zwaaien uit het raam en niet meer stoppen - we reden weer!

Wat een avontuur. Daarna genieten van een hoge bergtop. We daalden verder af - tot aan een uitloper van een fjord. Dat was óók spannend: lage versnelling, niet teveel remmen en op de juiste manier - maar wel weer genoeg om niet teveel te versnellen. Ontdekken hoe dit allemaal in de praktijk werkt. We roken de remmen na de afdaling, en stopten even. Maar dat hoort er denk ik een beetje bij.

Eerst even rusten nu, beneden, en de zon prachtig onder zien gaan, weerspiegeld in het water.