Op naar het moederland
Het is zover. Na een prachtig pasen, vol gezelligheid, feest en vieren - inclusief een grote verjaardag van de boer -, hebben we de bus ingepakt, andere spullen opgeslagen, en zijn we zuidwaarts gegaan. Na maanden van wachten op een paspoort en uiteindelijk inpakken, kunnen baby en familie elkaar gaan ontmoeten!


Piano spelen bij het kinderkoor in de lokale kerk. Uitzicht vanuit ons raam, de vlag hangt uit met pasen.
Het afscheid was niet zo makkelijk. In het halfjaar dat woonden in Stårheim, hebben we vriendschappen opgebouwd, en die laten we nu achter. Misschien komen we terug om te wonen, maar misschien ook niet. De boer en zijn familie. De familie uit Letland, die in hetzelfde huis woonde. De mensen met wie W muziek maakte en zong. En zoveel anderen, die we graag nog eens hadden opgezocht - maar wat niet meer lukte door de sneeuw en drukte van inpakken. De inmiddels wat vertrouwde bossen en bergen waar ik zo vaak heb gewandeld met onze dochter, meestal slapend, op de borst.




Toch zien we er enorm naar uit dat onze dochter haar grootouders, andere familie en onze vrienden dan eindelijk kunnen ontmoeten. En om ons plan om meer van Noorwegen te zien, tot een einde te kunnen brengen.
Langzaam wordt het hier lente. Dat gebeurt ietsje later dan we gewend zijn: met pasen was er nog sneeuw, en slechts voorzichtig kwam er af en toe een bloemetje boven de grond - terwijl in Nederland sommige bloemen al uitgebloeid zijn met pasen. Het summum van paasvakantievreugde hier is skieen in de zon, en dat werd ons gegeven. De boer had een verjaardag waarbij bijna de hele familie kwam logeren en natuurlijk op skitocht ging. En een van hen nam W mee op de skies naar bovenop de berg - een mooie toegift waar hij niet meer op durfde te hopen. Spannend wel, met flink bevroren sneeuw aan de achterkant van de bergtop, waarbij kunnen remmen niet vanzelfsprekend is. Maar met de juiste aanwijzingen is veel mogelijk.


Hoe het zou zijn om een lange reis te maken met een baby wisten we niet, dus we namen ruim de tijd. Het gaat tot nu toe voorbeeldig! R vindt het vaak leuk om naar buiten te kijken, en we denken dat ze het brommende geluid van de motor herkent van in de buik, toen we naar en in Noorwegen reden - het lijkt haar rust te geven. Nu, een paar dagen onderweg, wordt het gewoner, en vindt ze het niet altijd leuk meer in de autostoel gelegd te worden. Maar dat went ook vaak wel na een minuutje.
Een avontuur is meestal niet zonder onverwachte gebeurtenissen. Die hadden we vandaag, in de vorm van autopech. Na een lange klim omhoog in een tunnel die onder het water ging (met een helling van 7%), merkte T op: "er komt rook uit onze auto". En inderdaad: buiten leek het alsof onze camperbus een onvermoede schoorsteen had, en even later kwam die rook ook binnen onder het luik naar de motor vandaan. T stuurde ons direct van de weg af om de situatie te bezien en het kind met zichtbare urgentie te redden van een mogelijke verstikking. Terwijl W probeerde uit te vinden wat er aan de hand was, stopte er een busje achter ons en kwam er een man uit die zei: "Ik geloof in Jezus, en hij zei mij te stoppen om jullie te helpen". Deze man verbond ons met een garage vlakbij, die ook een sleepwagen regelde: het was niet verstandig om te rijden met een lek in de motorkoeling. Deze tunnel voldeed niet aan de EU-richtlijnen, en veel buitenlanders kregen panne na deze klim.
Een halfuur later stonden we met onze bus op de parking van de garage, en zouden we de volgende dag geholpen kunnen worden. En zo hadden we plots een city-kampeerplek. De man die stopte om ons te helpen kwam later nog even controleren of alles goed was. Zo bijzonder om mee te maken dat er voor ons gezorgd wordt, ook als er dingen mis gaan, zelfs zonder dat we erom vragen.

