Langs de kust en verder
Na Trondheim en Tautra wordt Noorwegen smaller, en besloten we op de heenreis naar boven de langere weg langs de kust te rijden. Dat bleek op veel stukken een officiële touristenroute te zijn. Zoveel mooie vergezichten, bij stralende lucht, en claustrofibisch drukkend of mysterieus in beweging bij mist of regen.
We kwamen heel veel campers tegen (zowel Noren als andere Scandinaviërs en` Europeanen), zo nu en dan een fietser, en heel soms een wandelaar. Met een beetje weemoed dacht W aan de eerste ideeën om met de fiets Noorwegen te verkennen. Dat is voor later!





Gedurende de week werkt W overdag - soms binnen, soms buiten -, terwijl T voor de baby zorgt en kookt. Na de (vaak warme) lunch, maakt W een wandeling met de baby, en heeft T een moment voor zichzelf. Als we in de buurt van een stroompje staan, vult W soms de jerrycans met water bij. 's Middags weer werken, 's avonds een boterham, met R nog even op stap, en dan is het alweer tijd dat R gaat slapen. Omdat we zo dicht bij elkaar leven, en R niet zo makkelijk in slaapt valt, is daar meestal onze avond mee gevuld. Soms hebben we nog even tijd voor een kopje thee voor ook wij gaan slapen. Zo is het leven op reis met onze kleine!
Twee keer per week heeft W een middag vrij, en dan hebben we ruimte om een stuk te rijden. Soms ook 's avonds, maar dat brengt ons dagritme meestal in de war, wat W's arbeid niet altijd toelaat. Of we bezoeken een stadje - wat vaak ook nodig is om (zo'n iedere 500km) LPG te tanken. En iedere anderhalve week bezoeken we een camping, om de (luier)was te doen. Dat gaat eigenlijk prima.





In de steden in Noorwegen missen we wat gezelligheid. Als er een wat ouder centrumpje is, is dat vaak klein, niet altijd goed onderhouden, een beetje troosteloos, met leegstaande winkels. In de grotere steden, als Bodø, is er wel iets meer van 'leven' te voelen: mensen op straat, terrasjes. Vaak is er wel een parkje ergens, meestal met uitzicht op water, en met goed weer spelen daar veel kinderen. Een grote constante zijn de (Amfi) winkelcentra, welke moderne bouw vaak in schril contrast staat met de oudere huisjes in de buurt. Maar de grootste constante is de natuur, die (bijna) overal als vanzelfsprekend maar niet minder overweldigend aanwezig is: bergen, bossen, water.
Lokale historie is belangrijk in Noorwegen, iedere verzameling dorpen heeft wel een eigen museumpje. Zo kregen we in de vissersplaats Rørvik een persoonlijke rondleiding in het huis van een ooit belangrijke ondernemer dat nu een museum is (de gids was zelf in het huis opgegroeid). Zijn bedrijf ging ten onder toen hij in de oorlog vis bleef kopen van de lokale vissers, ondanks dat de internationale vraag afnam.
Zalmkwekerij is volop aanwezig aan de kust. Het kustmuseum had net een moderne expositie geopend over de zalmkwekerij. De Sustainable Development Goals waren volop aanwezig. Toch had ik naderhand buikpijn, want in bijna ieder onderdeel ging impliciet over uitbreiding en groei. De vraag "wanneer is het genoeg?" werd niet gesteld.



Nu zijn we in het noorden van Zweden, op weg naar Luleå. Maar er is nog veel te vertellen over de mensen die we afgelopen tijd mochten ontmoeten. Daarover volgende keer.


