Afscheid

Afscheid

We zijn net vertrokken, op weg naar Noorwegen. Weer vertrokken. Mag ik het nog vertrekken noemen?

Drie weken geleden vertrokken we uit wat zo'n drie jaar ons huis is geweest. En zo'n zes jaar mijn woonplek. Een huisgenote begon die dag met verven, zodat zij er eind juli kon gaan wonen met haar partner. Een deel van onze spullen stond nog in de gang, die zouden we later ophalen. De huisgenote en haar vriend zwaaiden ons uit vanuit het raam dat nog even daarvoor het onze was, omlijst door het groen dat we zo lang water hebben gegeven.

Twee weken later was T afgestudeerd als Montessori kleuterjuf en namen we afscheid van haar ouders, waar we die tijd gelogeerd hadden. De oprit stond een week vol met dozen die we na het afstuderen konden uitzoeken (gelukkig was het droog).
Zondag namen we afscheid van de ouders van W - waar we de hoezen van de bank afmaakten - en een paar vrienden ons uitzwaaiden.
Maandag hadden we nog één keer bij T's broer en gezin gelogeerd, en werden opnieuw uitgewuifd, gemengd met tranen van het groeiende besef over wat de toenemende afstand zou gaan betekenen.

Dinsdag - vandaag - waren we een ochtend op het festival waar wij elkaar ontmoet hebben. Wij, die in Noorwegen werden gewaand, waren daar plots. Heerlijk om al deze mooie mensen nog even te zien - en gedag te zeggen.

Na weken, maanden van focus, hard werken en lange dagen groeit langzaam het besef wat onze reis ook betekent: het achterlaten van ons vertrouwde leven en relaties die ons na aan het hart liggen. Juist in het achterlaten ontdek ik de diepte van wat me na aan het hart ligt.

En het gaat mee, maar minder tastbaar in deze gebeurtenis of die mens; vager, als een belofte van iets dat plots niet meer zichtbaar is. Alsof de dingen van waarde als kiem aanwezig zijn en opschieten op een plaats of in een mens of mensen. En nu ik de plant achter me laat, is er weer alleen het zaad, verborgen, vol belofte, zonder weten hoe het dit keer op zal schieten - en óf.

Dat is het afscheid.
Dat is het avontuur.